Inloggen Minddistrict
> Kind en Jeugd > Autisme | Kind en Jeugd > ASS - Wat is het?

ASS - Wat is het?

Volgende de DSM-5 (handboek van psychiatrische aandoeningen) zijn er twee hoofdcriteria die horen bij een autismespectrumstoornis (afkorting: ASS), die onderverdeeld kunnen worden in verschillende kenmerken. Alle onderstaande kenmeren vallen onder de algemene term ASS.

  1. Blijvende tekorten in de sociale communicatie en sociale interactie in uiteenlopende situaties, zoals blijkt uit alle drie de onderstaande kenmerken:
    1.  Tekorten in de sociaal emotionele wederkerigheid. Mensen met autisme kunnen weinig ingaan op hetgeen een ander met hen deelt. Ze kunnen niet goed op de ander afstemmen, delen minder interesses, kunnen op een abnormale manier het sociale contact aangaan en zijn niet in staat tot een normale gespreksinteractie.
    2. Tekorten in het non-verbale communicatie gedrag (lichaamstaal) dat wordt gebruikt voor sociale interactie. Mensen met autisme hebben vaak moeite met het maken van oogcontact en met het begrijpen van non-verbaal gedrag, zoals lichaamshouding of gezichtsuitdrukkingen. Het aflezen en herkennen van emoties en het zich verplaatsen in gedachten en gevoelens van een ander is lastig.
    3. Tekorten in het ontwikkelen, onderhouden en begrijpen van relaties. Bijvoorbeeld: problemen met het aanpassen van gedrag aan verschillende sociale omstandigheden, moeite met deelnemen aan fantasiespel of vrienden maken, of afwezigheden van belangstelling voor leeftijdgenoten.
     
  2. Beperkte, herhalende gedragspatronen, en opvallende interesses, zoals blijkt uit minstens twee van de volgende kenmerken:
    1. Herhalende of stereotiepe bewegingen van lichaam, voorwerpen of gesproken taal. Er kan sprake zijn eigenaardig woordgebruik (idiosyncrasie), of dat ze ouwelijk/plechtstatig spreken waarbij er geen sprake is van een dialoog. Vaak komt de taalontwikkeling laat of in een ongewone volgorde op gang.
    2. Het vast zitten aan voor bekende rituelen of gewoontes. Mensen met autisme kunnen in paniek raken bij kleine veranderingen. Vaste patronen geven hen veiligheid.
    3. Speciale interesses voor specifieke onderwerpen, welke opvallend zijn voor de ontwikkelingsfase waarin ze zich bevinden.
    4. Over- of ondergevoeligheid op zintuigelijke prikkels of ongewone belangstelling voor zintuigelijke dingen in de omgeving. Bijvoorbeeld: ongevoelig voor pijn en/of temperatuur, overmatig ruiken of aanraken van voorwerpen, fascinatie met lichten of beweging.
     

Naast deze twee hoofdcriteria worden er veelal ook opvallendheden gezien op de volgende gebieden:

  • Motoriek (vb. houterig, tenenloop, fladderen, hoofdbonken, rondjes draaien om hun as en tics)
  • Gedrag (vb. wisselend per situatie; boosheid/agressie; angst)
  • Ontwikkelingsgang (vb. sprongsgewijze ontwikkeling; slaap- en eetproblemen; starheid; obsessies)

In een ernsttaxatie in van drie niveaus kan worden aangegeven welke mate van ondersteuning wordt vereist is.

© copyright Therapeutisch Centrum GGZ 2020 | Disclaimer | Privacyreglement